Nieuw leven in het gezin  (6)

 

Duizenden jaren geleden woonden er in de prachtigste tuin die de wereld ooit gekend heeft, een man en een vrouw. Geformeerd naar de gelijkenis van hun Schepper, leefden ze er uitsluitend voor om Hem aan Zijn schepping en aan elkaar te openbaren en Hem zo ieder ogenblik van de dag te verheerlijken. Ootmoedig aanvaardden zij de plaats van schepsel ten opzichte van de Schepper - de plaats van vol­komen onderwerping en overgave aan Zijn wil. Omdat hun wil steeds ondergeschikt was aan de Zijne en zij geheel voor Hem en niet voor zichzelf leefden, waren zij ook vol­komen aan elkaar onderworpen. Zo heerst er dus in dat eerste gezin in die prachtige tuin volkomen harmonie, vrede, liefde en eenheid, niet alleen met God, maar ook met elkaar.

Toen werd op zekere dag de harmonie verbroken, want de slang, en met hem ‑de zonde, sloop binnen in dit gezin waarvan God het middelpunt was. En omdat zij nu hun vrede en gemeenschap met God verloren hadden, verloren zij ook de vrede en gemeenschap met elkaar. Niet langer leefden zij voor God ‑ ieder leefde voor zichzelf. Zij waren nu ieder hun eigen god, en daar ze niet langer voor God leefden, leefden ze ook niet meer voor elkaar. In plaats van vrede, harmonie, liefde en eenheid, was er nu tweedracht en haat ‑ met andere woorden, zonde!

Nieuw leven begint in bet gezin

Het was in het gezin, dat de zonde het eerst binnenkwam. Het gezin is de plaats waar meer dan misschien ergens anders wordt gezondigd en het is in de eerste plaats nodig, dat er opwekking in het gezin komt. Er is een dringende behoefte aan een opwekking in de kerk ‑ in het land ‑ in de wereld, maar opwekking in de kerk zonder opwekking in het gezin is niets anders dan schijnheiligheid. Het is daar het moeilijkst, het kost het meest, maar het is daar ook het meest nodig te beginnen.

Maar laten we ons, voor we verder gaan, herinneren, wat opwekking werkelijk betekent. Het betekent eenvoudig nieuw leven in harten, waar het geestelijk leven is weg­geëbd ‑ maar niet een nieuw leven van werkzaamheid door eigen pogen of dat uitgaat van onszelf. Het is geen leven vanuit de mens, maar Gods leven, het leven van Jezus, dat ons vervult en doorstroomt. Dat Leven openbaart zich in gemeenschap en eenheid met degenen, met wie wij sa­menleven ‑ niets tussen ons en God en niets tussen ons en anderen. In het gezin moet dit in de eerste plaats beleefd worden.

Maar hoe anders is de ervaring van zovelen van ons als be­lijdende Christenen in ons gezin ‑ prikkelbaarheid, humeu­ren, die wrijving veroorzaken, zelfzucht en wrok, en zelfs, wanneer er geen bepaalde verkeerde dingen tussen ons zijn, is er toch nog niet die volmaakte eenheid en gemeen­schap, die het samenleven van christenen behoort te ken­merken. Alles, wat tussen ons en anderen komt, komt tus­sen ons en God, en schaadt onze gemeenschap met Hem, zodat ons hart niet overvloeit van Goddelijk leven.

Waaraan hapert het in onze gezinnen?

Wat is er nu in de grond der zaak niet in orde in onze ge­zinnen? Wanneer we over gezinnen spreken, bedoelen we de verhouding, die bestaat tussen man en vrouw, ouders en kind, broer en zuster, of tussen alle anderen, die door ver­schillende omstandigheden worden gedwongen samen te leven.

Het eerst, wat in zovele gezinnen verkeerd is, is dat ze niet werkelijk openhartig tegenover elkaar zijn. Wij leven gro­tendeels achter gesloten vensters. De anderen kennen ons niet zoals we werkelijk zijn, en we hebben het ook liever niet. Zelfs zij, die het vertrouwelijkst met ons omgaan, weten niet wat er binnenin ons omgaat ‑ onze moeilijk­heden, worstelingen, mislukkingen ‑ evenmin van welke dingen de Heer Jezus ons telkens weer moet reinigen.

Dit gebrek aan openhartigheid is altijd het gevolg van zonde. Het eerste gevolg van de eerste zonde was dat Adam en Eva zich voor God verborgen in het geboomte van het Paradijs. Zij, die eerder voor God en voor elkander niets te verbergen hadden, verborgen zich toen voor God van­wege de zonde; en indien zij zich verscholen voor God, kunt u er wel zeker van zijn dat zij zich spoedig voor elkander gingen verbergen.

Er waren reacties en gedachten in het hart van Adam, die Eva nooit te weten mocht komen, en soortgelijke dingen waren er ook in Eva’s hart. En zo is het sinds die tijd immer geweest.

Wanneer wij iets voor God te verbergen hebben, houden wij het ook voor elkaar ver­borgen. Achter deze muur van terughoudendheid, die als een masker dient, verbergen we ons ware ik. Soms ver­bergen we ons op een zeer buitengewone wijze door het aannemen van een grappige manier van doen. We zijn er bang voor ernstig te zijn, omdat we niet door anderen te dicht benaderd en in onze ware toestand gezien willen worden; en zodoende spelen wij ons spelletje van voorge­wende rondborstigheid.

We staan niet oprecht tegenover elkaar en daar niemand gemeenschap kan hebben met iemand die niet oprecht is kan er ook geen eenheid en in­tieme gemeenschap zijn in het gezin. De Bijbel noemt dit “in duisternis wandelen” ‑ want alles, wat verbergt, is duisternis.

Gebrek aan liefde

Het tweede, dat niet in orde is in onze gezinnen, is het te kort schieten in werkelijke liefde voor elkaar. “Maar”, zal iemand zeggen, “dat zou men van ons gezin nooit kunnen zeggen, want niemand zou een ander meer kunnen lief­hebben, dan mijn man en ik elkaar!” Maar wacht eens even! Het hangt er maar van af, wat u onder liefde ver­staat. Liefde is niet slechts een sentimenteel gevoel, noch zelfs vurige hartstocht. Het beroemde gedeelte van 1 Korin­the 13 zegt ons, wat echte liefde is, en wanneer we dat tot onze maatstaf nemen, zullen we misschien tot de ontdek­king komen, dat we elkaar nauwelijks liefhebben en dat ons gedrag op het tegenovergestelde wijst en dat is haat! Laten we eens enkele van de dingen, die in bovengenoemd gedeelte met liefde in verband worden gebracht, bezien:

“De liefde is lankmoedig (geduldig) en vriendelijk,

De liefde praalt niet (beroemt zich niet), is niet opge­blazen.

De liefde kwetst niemands gevoel, is niet zelfzuchtig, wordt niet verbitterd, koestert geen verkeerde gedach­ten over een ander”.

Kunnen onze gezinnen in dit opzicht de proef doorstaan? Wij handelen zo vaak juist andersom.

Wij zijn vaak ongeduldig tegenover elkaar en de wijze waarop wij reageren is soms zelfs onvriendelijk.

Hoeveel jaloersheid kan er soms zijn in een gezin: man en vrouw jaloers op elkanders gaven of geestelijke groei, ouders op hun kinderen, broers en zusters met een bittere afgunst jegens elkaar vervuld. En hoe staat het met “een ander niet kwetsen”, d.w.z. de vriendelijkheid? Vriende­lijkheid is niets anders dan liefde in kleine dingen, maar daarin struikelen we juist zo vaak. We denken, dat we thuis maar “raak” kunnen doen.

En wat zijn we niet vaak opgeblazen, dat wil zeggen ver­waand! Verwaandheid komt op allerlei manieren aan het licht! We denken, dat wij het het beste weten, we willen onze zin doordrijven en we vitten of spelen de baas over een ander; en vitten en de baas spelen brengt ons er toe, dat we de ander licht minachten. Juist onze houding van superioriteit plaatst ons boven hem. En wanneer wij dan iemand in de grond van ons hart minachten, geven we hem overal de schuld van en toch denken we, dat we liefhebben.

En hoe staat het met “niet het onze zoeken”? Vele malen per dag stellen we onze verlangens en belangen boven die van anderen!

En wat worden we gemakkelijk “verbitterd”! Wat worden we snel geprikkeld door iets dat we in een ander zien. Wat laten we het niet vaak toe dat er een onvriendelijke gedachte, een wrevelig gevoel in ons opkomt vanwege iets, dat een ander gedaan of nagelaten heeft! En toch zeggen we maar, dat er geen tekort aan liefde is in ons gezin. Deze dingen komen dagelijks voor, zonder dat we ze van beteke­nis achten. Ze zijn alle het tegenovergestelde van liefde, en het tegenovergestelde van liefde is haat. Ongeduld is haat, jaloersheid is haat, verwaandheid en eigenzinnigheid zijn haat, en zelfzucht, prikkelbaarheid en wrok zijn dat ook! En haat is zonde. “Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe”. Wat al spanning, verwijdering en tweedracht worden er niet door veroorzaakt, en de gemeenschap met God en met de ander wordt er onmogelijk door.

De enige uitweg

Nu is het de vraag of ik nieuw leven, opwekking, in mijn huis wens. Ik moet mijn hart hierin voor een ernstige be­slissing plaatsen. Ben ik van plan in deze toestand verder te gaan, of hunker ik werkelijk naar nieuw leven, Zijn leven in mijn gezin? Want alleen als dit mijn ernstige wens is zal ik er ook de nodige stappen voor willen doen. De eerste stap is zonde zonde te noemen ‑ (de zonde van mij­zelf, niet die van een ander) en er mee naar het kruis te gaan en te vertrouwen, dat de Heer Jezus mij er onmid­dellijk van reinigt.

Wanneer wij het hoofd buigen bij het kruis, stroomt Zijn zichzelf vergetende liefde voor anderen, Zijn lankmoedig­heid en verdraagzaamheid ons hart binnen. Het kostbaar bloed reinigt ons van liefdeloosheid en kwaadwilligheid en de Heilige Geest vervult ons met de gezindheid van Jezus. 1 Korinthe 13 is niets minder dan de gezindheid van Jezus, en het is alles ons deel, want indien Hijzelf de onze is, is Zijn gezindheid de onze. Wij mogen ons naar het kruis begeven, telkens als het eerste begin van zonde en liefde­loosheid binnensluipt, want de reinigende bron van het bloed is altijd voor ons beschikbaar.

Dit alles zal ons er zeer beslist toe brengen de weg van het kruis in ons gezin te bewandelen! Telkens weer zullen we een geval tegenkomen waarbij wij onze rechten moeten opgeven, zoals Jezus de Zijne opgaf voor ons. We moeten leren inzien, dat hetgene in ons, dat zo scherp reageert op de zelfzucht en trots van anderen, niets anders is dan onze eigen zelfzucht en trots die wij niet willen prijsgeven.

We zullen het doen en laten van anderen moeten aanvaarden als Gods wil voor ons en deemoedig het hoofd moeten buigen voor alles wat God over ons beschikt. Dat betekent niet, dat we de zelfzucht van anderen moeten aanvaarden als Gods wil voor hen ‑ volstrekt niet ‑ maar alleen als Gods wil voor ons. Wat die ander betreft zal God ons ver­moedelijk willen gebruiken ‑ indien wij verbroken zijn ­om hem te helpen, opdat hij ziet wat eraan mankeert. Zeker zullen we als ouders onze kinderen vaak met vaste hand moeten terechtwijzen. We mogen ons daarbij echter nooit door zelfzuchtige beweegredenen laten leiden, maar alleen door liefde jegens anderen en met het ernstige ver­langen dat het mag dienen tot hun welzijn. Ons eigen ge­mak en onze eigen rechten moeten we steeds opgeven. Alleen dan zal de liefde van de Heer Jezus ons kunnen ver­vullen en door ons tot uitdrukking komen.

Wanneer wij op Golgotha verbroken zijn, moeten we be­reid zijn met de anderen alles in orde te maken ‑ soms zelfs met de kinderen. En dat is vaak de toetssteen van onze verbrokenheid. Hardheid zegt: “Het is uw schuld!” Maar verbrokenheid zegt: “Het is mijn schuld!” Wat een andere sfeer zal er in onze huizen gaan heersen, als ze ons dat horen zeggen!

Laten we ons herinneren, dat er bij het kruis slechts voor één tegelijk plaats is. We kunnen niet zeggen: “Ik had ongelijk, maar u ook; u moet evengoed komen!” Neen u moet alleen gaan en zeggen: “Ik heb on­gelijk”.

God zal door middel van uw verbrokenheid meer in de ander werken dan door iets, wat u zou kunnen doen of zeggen. Het kan echter zijn dat we moeten wachten - ­misschien zelfs lang.

Maar dit moest voor ons alleen maar een reden zijn om des te volkomener te verstaan wat God zelf gevoelt, want zoals iemand eens heeft gezegd: “Ook Hij heeft lang moeten wachten sinds Hij negentienhonderd jaar geleden het grote plan opvatte om de mensen weer op de juiste plaats te brengen, hoewel er van Zijn kant niets verkeerds was”.

Maar God zal ons gebed zeker ver­horen en de ander ook aan de voet van het kruis brengen. Daar zullen wij één zijn, daar zal de muur die ons scheidt afgebroken worden, daar zullen we in het licht kunnen wandelen, in ware oprechtheid tegenover Jezus en elkaar, elkander vurig liefhebben uit een rein hart. De zonde is bijna het enige, dat we met iedereen gemeen hebben, en daarom kunnen we alleen één zijn aan de voeten van Jezus, waar we van de zonde gereinigd worden. Werkelijke een­heid roept ons het beeld voor de geest van twee of meer zondaren, verenigd op Golgotha.

 

Naar het volgende hoofdstuk

Naar het vorige hoofdstuk

De pagina over opwekking en verdieping in het christelijke leven

HOME