MET ELKAAR IN HET LICHT WANDELEN

 

“Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus,zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde”   (1 Johannes 1 :7).

 

De laatste weken die we in Lweza doorbrachten, bleken de vruchtbaarste van deze hele periode te zijn. In die weken leerde ik namelijk weer een waardevolle les - de les over het wandelen in het licht.

 

Op een middag zaten Conny en ik in de tuin naar de apen te kijken die van de ene boom naar de andere sprongen. De bomen en heesters vormden een bonte kleurenmassa met geluid, en mijn hart was vol van de heerlijkheid van Gods genade. Maar Conny was moedeloos. Ze was in de YWCA in Kampala een meisjesclub begonnen en had daar veel tijd aan gegeven. Maar de meisjes toonden geen interesse. Ik maakte me zorgen over Conny, want ik voelde dat haar moedeloosheid een diepere oorzaak had dan de problemen met die meisjes.

 

Ik had er haar net naar gevraagd, toen we onderbroken werden door iemand, die naar ons toe kwam lopen. Conny hield haar hand boven haar ogen en riep toen: ,,Het is William Nagenda!"

Wat een vreugde om die geliefde Afrikaanse gelovige weer te zien. Ik ken geen enkele Afrikaan met wie ik zo kon lachen, én van wie ik zoveel kon leren.

 

Na elkaar begroet te hebben, zei William: ,,Toen ik jullie hier zo bij elkaar zag zitten, vroeg ik me opeens af: 'Wandelen ze wel samen in het licht?’" Als uit één mond zeiden we: ,,O ja, we wandelen samen in het licht. We vormen echt een team." Op dat ogenblik riep iemand dat er telefoon voor me was. Ik verontschuldigde me en Conny en William praatten samen verder.

 

Conny zat in een rieten stoel en William zat naast haar op het gras, waarbij zijn bruine knieën zich op dezelfde hoogte als zijn gezicht bevonden. ,,Ik moet je iets bekennen," zei Conny tegen William.

,,En dat is?" vroeg hij vriendelijk. ,,Jouw vraag was me uit het hart gegrepen. Ik moet bekennen dat ik niet echt met tante Corrie in het licht wandel." Op Williams gezicht verscheen een brede grijns en zijn ogen begonnen te twinkelen. ,,Daarom liet God me die merkwaardige vraag stellen," zei hij.

 

Conny bleef ernstig. ,,Tante Corrie is zoveel rijper dan ik," ging ze verder. ,,Ze heeft al zo lang met Jezus gewandeld. Ze heeft veel voor Hem geleden, in veel opzichten. Als ik dan dingen zie in haar leven, die niet goed zijn, aarzel ik daar met haar over te praten.' ,,O," zei William geschrokken. ,,Maar dat is niet juist. De Heer wil dat je eerlijk bent tegen tante Corrie. Dat is een van de redenen dat Hij je naast haar heeft geplaatst. Omdat zij in het licht wandelt, zul je als jij dat ook doet, helpen dat het licht schijnt op haar weg en de jouwe."

 

Toen we die avond samen naar onze kamer waren gegaan, ging Conny op de rand van haar bed zitten en ze zei: ,,Tante Corrie, ik vind het moeilijk om dit te zeggen, maar ik weet nu dat ik in het licht moet wandelen." Ik draaide me om en keek haar aan. Haar gezicht stond gespannen en ernstig. Stuk voor stuk begon ze alles op te noemen, wat haar in mij hinderde - dingen, die ik deed en waarvan zij vond dat ze niet ter ere Gods waren. Het viel me niet makkelijk mijn fouten aan te horen - allemaal dingen, die een schaduw hadden veroorzaakt in Conny's hart. Maar het was geweldig dat Conny volkomen eerlijk tegen me was. Ik vroeg vergeving voor dat wat ze had opgesomd en bedankte haar toen voor het feit dat ze het in het licht had gebracht.

 

,,Laten we altijd in het licht blijven wandelen," zei ik ernstig. Maar het bleef moeilijk voor Conny. Ze was veel jonger dan ik en voelde dat ze nog veel moest leren. Ook al wilde ik graag dat ze doorging met me te corrigeren, het bleef moeilijk voor haar. De doorbraak kwam nadat we uit Afrika waren vertrokken en naar Brazilië vlogen.

 

We waren een paar weken in Rio de Janeiro geweest, een van de mooiste steden ter wereld. Toen we ons klaar maakten om te vertrekken - vanuit Rio zouden we naar Buenos Aires vliegen - ontdekten we dat onze koffers te zwaar waren. De vriendelijke mensen van Rio hadden ons zoveel cadeautjes gegeven dat we ruim twintig kilo overgewicht hadden. Dat zou ons aardig wat extra kosten als we naar Argentinië gingen. Ik pakte mijn bagage uit en maakte drie stapels: een om per schip naar Nederland te verzenden, een om aan de armen in Rio te geven en de kleinste ging weer in mijn koffer om mee te nemen naar onze volgende verblijfplaats. Toen ik hiermee klaar was, haastte ik me naar Conny's kamer, om ook haar koffer uit te pakken. Ik deed met haar eigendommen hetzelfde als met de mijne en pakte alleen het noodzakelijke weer in. Ik had veel teveel haast om op te merken dat Conny niets zei.

 

Een week later, na een heerlijke tijd in Buenos Aires, wandelden we over een verlaten stuk strand vlakbij ons huisje. Toen begon Conny te praten. Haar stem klonk gespannen. ,,Ik heb God beloofd dat ik in het licht zou wandelen," zei ze, ,,en dat betekent dat ik iets met u moet uitpraten. Toen u mijn koffer uitpakte en besliste wat er naar Nederland gestuurd moest worden en wat ik kon meenemen, was ik daar niet gelukkig mee."

 

Wat dom en tactloos van me om me te bemoeien met Conny's leven! Ik pakte haar hand. ,,Wat onnadenkend van me," zei ik. ,,Vergeef me dat ik dat niet aan jouzelf heb overgelaten."

,,Ik vergeef het u," zei Conny.

 

Net als ik had ze geleerd niet lichtvaardig om te springen met zonde, maar de excuses van een ander aan te horen en ze niet met een handgebaar weg te schuiven, maar te vergeven.

 

Zwijgend liepen we een hele tijd verder en toen begon Conny weer te praten. ,,Bent u niet blij, tante Corrie? U bent zo stil?" Nu was het mijn beurt om in het licht te wandelen. ,,Er is inderdaad iets wat me hindert," zei ik. ,,Waarom heb je niet meteen gezegd wat je ervan vond? Dan hadden we het meteen uit kunnen praten en had je dat donkere niet al die dagen met je mee hoeven te dragen. Laten we van nu af aan allebei in liefde de waarheid spreken en laat de zon nooit meer ondergaan over onze misverstanden."

 

Het was een goede les. Vanaf dat moment, tot Conny in 1967 trouwde, probeerden we, waar we ook kwamen, altijd in het licht te blijven wandelen.

 

Naar de pagina over opwekking en verdieping van het geestelijke leven.

 

HOME