8.  Hoe de wil van God te ontdekken?

 

Hoe kunnen we de leiding van God in ons leven ervaren?

 

8.1.  We kunnen niet op eigen inzicht steunen

 

"steunt op uw eigen inzicht niet"  (Spreuken 3:5)

 

"Hierop namen de mannen van hun teerkost, maar zij raadpleegden de Here niet."

 (Jozua 9:14)

 

Jozua en zijn metgezellen maakten de fout om alleen af te gaan op hun eigen beoordeling van de zaak. Ze kontroleerden het verhaal van de Gibeonieten, het brood was oud, de kleren versleten. Ze vergaten echter om de Heer over de zaak te raadplegen.

 

We moeten wel ons verstand gebruiken en onderzoeken waar de omstandigheden op wijzen (wat is verstandig om te doen en wat is voor de hand liggend om te doen?) maar we mogen daar niet alleen op steunen.

 

We moeten in alles ook de Heer raadplegen. We moeten Hem kennen in al onze wegen. Alles wat we doen moeten we met de Heer bespre­ken (Spreuken 3:5,6)

 

Zie het kontrast tussen Jozua in Jozua 9 en David in 1 Sam. 23

1 Sam. 23:2,4,10-12

 

8.2.  We hebben de opdracht om naar de wil van God te leven

 

1 Petrus 4:2,3.    'naar de wil van God'

 

Als we dit gebod om naar de wil van God te leven uit willen voeren dan moeten we natuurlijk wel eerst weten wat de wil van God in allerlei situaties is.

 

"Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is" (Efeze 5:17)

 

We moeten ons laten leiden door de Geest van God (Gal. 5:18)

 

8.3.  God belooft ons te leiden

 

"door de Geest geleid"  (Rom. 8:14)

Dat is het voorrecht van ieder kind van God. Daartoe is de Geest onder meer in ons komen wonen.

      

De Geest wil leiden en wij moeten ons door Hem laten leiden (Gal. 5:18).

 

Andere beloften : Psalm 25:12; Psalm 23:1,3; Jesaja 58:11; Psalm 73:24; Psalm 32:8.

 

 

 

 

 

8.4.  Wijsheid is beloofd

   

Jakobus 1:5.

Wijsheid tekort? Je weet niet wat te doen? Bid er om en "zij zal hem gegeven worden".

 

Jezus is de leidsman, de gids (Hebr. 12:2).

Jezus is de wonderbare raadsman (adviseur) Jesaja 9:5.

 

8.5.  Gebed om leiding

 

Paulus en Epafras baden voor de christenen te Kolosse dat ze vervuld mochten worden met de rechte (dat is de juiste) kennis van Gods wil en dat ze vast en zeker zouden staan bij alles wat God wil.  (Kol 1:9,10 en Kol 4:12)

 

Zo moeten wij ook voor elkaar en voor onszelf bidden dat we in alles de leiding van God zullen onderscheiden en de wil van God ontdekken.

 

"Heer, wat nu?

 Heer, wat moet ik doen?

 Heer, wat wilt U dat ik doen zal?

 Heer, wat vindt U van deze zaak?

 Heer, wilt U toetsen hoe ik bezig ben?

 Wilt U uw licht op deze zaak laten vallen?

 Hoe moet ik dit aanpakken?

 

"Leid mij op de eeuwige weg"  (Psalm 139:24)

Zie ook Psalm 143:8;  Psalm 43:3;  Psalm 143:10.

 

Na onze bekering gaat er meestal wat tijd overheen voordat tot ons doordringt dat we in ons persoon­lijk leven en in onze dienst aan God niet op eigen inzicht kunnen steunen. Naar de mate waarin we dat werkelijk gaan beseffen zal het gebed om leiding een steeds grotere plaats in ons gebedsleven gaan inne­men.

 

8.6.  Het komt op geloof aan

 

Zo staat b.v. in Jakobus 1:5 de zeer duidelijke belofte dat een ieder die om wijsheid bidt ook wijsheid zal ontvangen. Er staat echter wel achter dat je moet bidden in geloof (:6). Dat wil zeggen bidden in het vertrouwen dat God meent wat Hij hier zegt en dat Hij dit gebed zal verhoren.

 

Als God iets duidelijk toezegt (belooft) in zijn woord, dan mogen wij daaraan niet twijfelen.

 

Je moet in geloof blijven bidden totdat je de beloofde wijs­heid, leiding hebt ontvangen.

 

Een gebed om leiding is een gebed naar Gods wil. God heeft immers wijsheid en leiding toegezegd en een gebed naar Gods wil wordt altijd verhoord (1 Joh 5:14,15).

 

8.7.  Hoe leidt God ons?

 

Hoe maakt God ons Zijn wil bekend?

Op welke manieren en langs welke wegen?.

 

8.7.1.  God maakt ons zijn wil bekend door de bijbel

       

In de Bijbel staan de geboden van Jezus opgetekend. In de Bijbel lezen we wat God van ons in allerlei situaties vraagt. We moeten doen wat de Bijbel zegt. We moeten daders van het woord zijn (Jakobus 1:22).

 

"opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is"  (Jozua 1:8)

 

We moeten ons daarom telkens weer afvragen: Wat zegt de Bijbel over die of die kwestie? Staan er direkte bevelen in die op deze situatie slaan? Zijn er algemene bijbelse richtlijnen/principes die van toe­passing zijn op deze zaak?

      

Psalm 119:130, 105.

 

Het eerste wat we moeten doen bij het zoeken naar Gods wil is in de bijbel nagaan wat daar over de kwestie wordt geschreven.

8.7.2.  God maakt ons zijn wil bekend door de innerlijke leiding van  Gods Geest

         

Galaten 5:18; Rom 8:14.

Geleid door de Geest, jezelf door de Geest laten leiden.         

 

Gods Geest leidt ons door de vrede in ons hart, door een inner­lijke overtuiging, door een druk op onze Geest. Die aandrang kan een weerhouding zijn, maar ook juist een aansporing. Zo geeft de Geest van God een innerlijk getuigenis op een bepaalde weg.

 

"Gods Geest geeft getuigenis met onze Geest" (Romeinen 8:16).

Dit doet de Geest aangaande het kind van God zijn, maar ook bij innerlijke leiding.

 

In het Engels spreekt men wel van "a check or a prompting of the Spirit in our spirit".

 

Als je een zaak overdenkt en er met God over spreekt dan moet je nagaan of de Heer vrede op een bepaalde weg geeft.

 

Kol 3:15. "en de vrede van Christus … regere in uw harten"

Letterlijk staat er;  laat de vrede scheidsre­chter zijn.

         

Blijft de vrede, neemt de vrede toe, als je er regelmatig voor bidt? Geeft God een weerhouding of juist een drang?

 

Ter illustratie enkele voorbeelden van de werking van de inner­lijke leiding van Gods Geest.

 

Het eerste voorbeeld is van Watchman Nee. Hij vertelt in één van zijn boeken over een echtpaar dat hij op het platteland van China tot de Heer mocht leiden. Hun bekering was echt en er kwam een nieuwe vreugde in hun leven. ­Vrij snel daarna moest Watchman Nee weer verder en zo bleef dat echtpaar geiso­leerd van andere christenen achter. W.Nee had hen uitgelegd dat bij hun bekering de Heilige Geest in hen was komen wonen en dat ze naar Hem moesten luiste­ren. In de koude wintermaanden had de man de gewoonte bij de maaltijden wijn te drinken en dan was hij geneigd te veel te drinken. Na het vertrek van Watchman Nee, kwam, met het koude weer, ook de wijn weer op tafel. Die dag boog de man, zoals hij nu gewoon was, het hoofd om de Here te danken voor de maaltijd, maar hij kon geen woorden vinden. Na nog enkele ver­geefse pogingen, wendde hij zich tot zijn vrouw. "Wat zou er toch zijn?" vroeg hij. "Waarom kunnen wij vandaag niet bidden? Haal de bijbel eens om te zien, wat daarin staat over wijn drinken". Watchman Nee had hun een bijbel gegeven, maar hoewel de vrouw kon lezen wist zij de weg nog niet in de bijbel en doorzocht hem tevergeefs om het antwoord op hun vraag te vinden. Zij wisten niet, hoe zij het boek van God moesten raadplegen en zij konden zijn boodschapper onmogelijke bereiken, want die was mijlenver van hen verwijderd en het zou nog maanden duren, voor zij hem weer zagen. "Drink je wijn nu maar", zei de vrouw, "dan vragen wij het de volgende keer wel aan broeder Nee". Maar nog steeds was het de man onmogelijk de Here te danken voor de wijn. "Zet hem maar weg", zei hij tenslotte; en toen zij dat gedaan had, vroegen zij een zegen over hun maaltijd. Toen de man eindelijk eens naar Shanghai kon komen, vertelde hij Watchman Nee dit verhaal. Hij gebruikte een bekende Chinese uitdrukking. "Broeder Nee" zei hij, "De inwonende Heer wilde niet, dat ik die wijn dronk." "Heel goed, broeder", zei Watchman Nee. "luister altijd naar de inwo­nende Heer"

 

Een verhaal van een zendeling die ik persoonlijk ken. Hij vertel­de dat hij in zijn tienerjaren tot geloof was gekomen. Hij wist zich na enige tijd geroepen voor zendingswerk en als voorberei­ding bezocht hij een bijbelschool. Tijdens zijn verblijf op de bijbelschool meende hij geroepen te zijn voor het Afrikaanse volk van de Toearegs. In die tijd bezocht hij een gemeente die door een aantal geeste­lijk ervaren broeders werd geleid. Tijdens zijn jaren op de bijbelschool heeft hij de gemeenteleden bij verschillende gelegenheden verteld van zijn roeping tot het zendingsveld en hij heeft toen ook enthousiast verteld over de Toearegs. Tegen het eind van zijn bijbelschooltijd werd hij echter steeds meer bepaald bij de nood van India. Telkens bepaal­de de Heer hem daarbij, totdat hij wist dat dit de weg voor hem was. Nu moest hij echter de oudsten (de gemeente) vertellen dat hij wel enthousiast over de Toearegs had gesproken, maar dat hij zich nu geroepen wist naar India. Met lood in zijn schoenen ging hij naar de oudsten toe. Toen hij zijn verhaal vertelde kwam er een grote glimlach op de gezichten van de oudsten. "We wisten het al zeiden ze." Een half jaar voor dit gesprek was één van de oudsten voor zijn werk enige tijd in India geweest en terwijl hij daar was raakte de grote nood van het land en de kerken daar zijn hart. God gaf hem een sterke gebedslast voor de nood van India. Toen hij thuis kwam deelde hij die last met de andere oudsten. God legde de last ook op de harten van de andere oudsten en terwijl zij geregeld voor India baden maakt de Heer hen duidelijk dat de broeder die de bijbelschool opleiding aan het volgen was samen met een andere broeder uit de gemeente naar India moest gaan en niet naar Afrika. Daarop baden ze dat de Heer dit deze broeder zelf zou duidelijk maken.

 

Een broeder uit de gemeente had een klopgeest in huis. We hebben voor de zaak gebeden. Toen het niet direkt over was hebben we om inzicht gebeden. "Heer wilt u de oorzaak aanwijzen" Terwijl we zo aan het bidden waren werd de broeder bepaald bij een merkwaardige schildering op een houtenschot op de vliering. Hij merkte in zijn geest op dat daar iets mis mee was. Na er voor gebeden te hebben maakte hij zich op om het schot te verwijderen en toen hij er aan kwam begon het schot blijkbaar uitzichzelf (maar in werkelijkheid door de werking van een boze geest) heen en weer te bewegen. Toch was het na het verwijderen van het schot het probleem nog niet over en daarom baden we verder. Daarop werd de broeder bepaald bij een bepaalde lamp. Telkens als hij bij die lamp in de buurt kwam merkte hij in zijn geest op dat er iets mis mee was. Toen hij nadacht over die lamp herinnerde hij zich dat hij de lamp van een kennis had gekregen die intensief met occulte dingen bezig is. Hij bad om bescherming en toen hij de lamp van het plafond haalde om hem weg te gooien zag hij geestverschijningen verdwij­nen uit de kamer. Hierna zijn de klopgeluiden gestopt. Zie hoe deze broeder innerlijk geleid werd. Er kwamen geen visioenen, stemmen, woorden van de Heer, etc. God leidde hem door het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest in zijn Geest.

 

Een vriendin van mijn vrouw kreeg haar achtste kindje. We moesten op kraambezoek en de vraag was welk cadeau geven we? Mijn vrouw bad erover en de gedachte kwam in haar op om haar vriendin 6 boxpak­jes te geven. Ik protesteerde: is dat niet wat overdre­ven? Ze heeft al acht kinderen, ze heeft er vast nog wel een heleboel van haar vorige kinderen en het is een groot gezin, zulke gezin­nen krijgen altijd veel kleren van anderen die ze niet meer nodig hebben. Zo rede­neerde ik voort en uiteindelijk raakte mijn vrouw in de war en als compromis besloot ze slechts één boxpakje te geven. Toen we de vriendin bezochten gaf mijn vrouw haar het cadeautje en toen ze zag dat het een boxpakje was zei ze heel enthousiast: "Wat fijn dat je dat geeft, ik ben er zo blij mee, want ik heb er niet één meer. Want in onze gemeente hebben we een jong meisje opgevangen dat ongehuwd zwanger was geraakt en omdat ze geen geld had heb ik haar toen ze de baby kreeg al mijn boxpakjes gege­ven". Mijn vrouw had de goede leiding ontvangen. Het idee was in haar opgekomen en Gods Geest had daar vrede op gegeven, innerlijk getuigenis op gegeven. Dit was Gods weg om te voorzien in de boxpakjes die deze zuster in haar onbaatzuchtig­heid had weggeven. God had het in het hart van mijn vrouw gegeven om die zes pakjes te geven, maar ik had haar door mijn menselijk geredeneer in de war gebracht.

 

Enkele jaren terug bepaalde de Heer me er bij dat ik mijn gezin enige tijd absolute prioriteit moest geven boven christelijk werk. Dat hield in mijn situatie in dat ik tijdelijk met alle christelijk werk moest stoppen. Langs verschillende wegen (woord, omstandigheden, Geest) had God me dat duidelijk gemaakt. Dat heb ik enkele jaren gedaan. De Heer gaf me daar vrede op en heeft het ook gezegend. Het was erg nodig. Na enkele jaren gebeurde het dat ik tijdens mijn tijden van gebed een gevoel van onrust, ongerustheid, opmerkte vanwege het feit dat ik op dat moment niets meer met mijn geestesgaven deed in de gemeente. Ik heb dit daarna geregeld bij de Heer gebracht maar het gevoel van onrust bleef. Daarom heb ik uitein­delijk tegen de Heer gezegd: "Heer ik zou niet weten wat ik op dit moment kan doen, maar als u iets voor mij te doen hebt wilt u het dan op mijn weg brengen". De week daarop vroegen de oudsten van de gemeente mij of ik de basisbijbelstudie wilde gaan doen.

 

Corrie ten Boom vertelt ergens in één van haar boeken het volgen­de verhaal. Ze werkte als horlogemaakster samen met haar vader. Corrie had kontakt met een vrouw die christin was maar ook psychisch ziek, ze werd verzorgd in een inrichting. Corrie vertelde dat af en toe tijdens de werkzaamheden haar vader zonder schijnbare aanleiding tegen haar zei: "Corrie stop maar met het werk en ga op bezoek bij die vrouw." Corrie zegt erbij dat dit niet werd bepaald door de drukte van het werk. Soms was het heel druk als haar vader dit zei. Telkens als Corrie dan bij die vrouw op bezoek kwam bleek het erg nodig te zijn.

 

Er staat in de bijbel "De Here zal u voortdu­rend leiden". Dat is een realteit als de Heilige Geest in ons woont en als wij in gemeenschap met de Heer leven. Die leiding zal niet altijd bewust zijn, maar vaak is het wel bewust.

 

Een moeilijkheid is natuurlijk hoe je onderscheid kunt maken tussen je eigen ingevingen en de innerlijke leiding van Gods Geest. Innerlijke leiding door Gods Geest gaat dieper dan het niveau van de ziel, dieper dan emoties of gedachten. Het gaat zeker niet buiten het verstand om, maar er is een element bij wat "het verstand te boven gaat". Er is dus verschil, maar dat kun je eigen­lijk alleen in de praktijk door oefening leren onder­schei­den. Een praktische aanwijzing is wel het volgende: "Als iets van God is dan zal de overtuiging blijven en toenemen als je er over bidt. Als het een eigen emotie of indruk is zal de overtuiging verdwij­nen. Voor een verder bespreking zie hieronder punt j. 

Belangrijk is dat we innerlijke leiding, zeker in ingrijpende zaken, altijd toetsen aan het woord van God en aan de beoordeling van andere christenen.

 

Er is ook de toetsing achteraf. Een belangrijke toets is wat er gebeurt als je de leiding hebt opgevolgd. Werd het gezegend? Werd het bevestigd in de praktijk. Door hier op te letten kun je leren van de fouten en de successen.

 

Als we nog geen ervaring met deze dingen hebben is het mogelijk om de leiding van de Geest niet te herkennen of weg te redeneren. Dat deed ik b.v. met de leiding van mijn vrouw rondom die boxpakjes zoals ik hierboven heb verteld. Een jaar na mijn bekering heb ik nog zoiets beleefd. Tijdens mijn tijden van gebed voelde ik aan dat ik in een konfliktsituatie op een bepaalde manier moest handelen. Ik begreep het ergens wel, maar ook weer niet helemaal. Uiteindelijk heb ik toch met desas­treuze gevolgen een andere koers gevolgd. Achteraf heb ik duide­lijk ingezien hoe God me vooraf gewaarschuwd heeft door me tijdens mijn dagelijkse bijbellezing bepaalde principe's te laten zien die, als ik ze had toegepast, de zaak zouden gered hebben. Ik had de waarschuwingen van de Heer niet onderkend. Ik had wel wat opge­merkt ,maar ik wist er niet goed weg mee. Mijn fout was dat ik geen raad heb gevraagd aan andere geestelijke meer ervaren christenen.

 

"Mijn God gaf mij in het hart om ...."  (Nehemia 2:12 en 7:5)

God kan ons iets in ons hart geven om te doen. En we weten dat het van Hem is, omdat zijn Geest daar innerlijk getuigenis op geeft.

 

"Mijn hart zegt van uwentwege"  (Psalm 27:8)

 

8.7.3.  God leidt door de omstandigheden

 

God staat boven de omstandigheden. Hij stuurt en bepaalt wat er gebeurt.

 

Je moet je afvragen:

Hoe is de situatie?

Hoe ontwikkelt die zich?

Waar wijzen de omstandigheden op?

Wat is voor de hand liggend om te doen?

Welke deur is open of juist gesloten?

 

Stel dat je te horen krijgt dat je ontslagen wordt. Dan gaat die deur dicht. Je bidt om wijsheid, Heer wat heeft dit te betekenen, wilt U mij hierdoor iets duidelijk maken? Wat nu? Moet ik in een andere richting gaan? Je vraag je af wat de mogelijkheden zijn. Welke deur is er open?

 

In één van de boeken over George Müller staat een duidelijk voorbeeld van leiding door de omstandigheden. De Heer had Müller samen met een andere broeder geleid om diverse takken van geeste­lijk werk op te zetten, onder meer hebben ze een aantal christe­lijke scholen opgericht waar de kinderen van de armen gratis christelijk onder­wijs kregen. Muller had de gewoonte om anderen nooit om geld te vragen, vaak noemde hij de nood ook niet eens. Het enige wat hij en zijn medewerkers deden was de Heer om het benodigde geld bidden. "Heer, als U wilt dat we dit doen, wilt U dan in het geld voorzien". De scholen draaiden een aantal jaren, toen er opeens te weinig geld binnen­kwam. Er werd ekstra voor gebeden, men onder­zocht het eigen hart (Is er misschien een reden in onszelf waarom God niet kan horen?), maar het geld kwam niet. Daarop konkludeer­den ze dat het Gods wil, Gods leiding was, om zoveel scholen te sluiten als er geld te weinig binnenkwam.

 

Het interpreteren van de omstandigheden moet nooit los van Gods richtlijnen in de bijbel en los van innerlijke leiding gebeuren. Als een bepaald plan niet door kan gaan betekent dat nog niet automa­tisch dat het niet goed is wat je wilde doen. Er is ook nog zoiets als de tegenwerking van de Satan.  Satan "heeft het ons belet" (1 Thess. 2:18), maar "dag en nacht bidden wij vurig dat God ons een weg bane"  (1 Thess. 3:10).

Het kan ook zijn dat je tekort geschoten bent in gelovig gebed. Er kan een verhindering in je zelf zijn. Als je je veroot­moedigt­ voor God zal de Heer duidelijk maken of één van die dingen de oorzaak is.

 

Zekerheid krijgen kan alleen als je de omstandighe­den ook bekijkt in het licht van de innerlijke leiding van Gods Geest en van de richtlijnen uit Gods woord.

 

 

8.7.4.  God maakt ook vaak gebruik van raadgevers    

 

God gebruikt vaak raadgevers om meer inzicht in Zijn wil te geven.

 

"in veelheid van raadgevers ligt de overwinning"

 Spreuken 24:6 en 15:22.

 

Raadgevers zijn christenen die je kunnen helpen bij het toepassen van de bijbel op jouw situatie. En ook bij het luisteren naar de Geest, als ze naar je verhaal luisteren en voor je bidden, zal de Geest ook in hen over die zaak innerlijke leiding geven. En bij het interpreteren van de omstandigheden.

 

Ze nemen dus niet de plaats in van het Woord van God en van je eigen persoonlijke innerlijke leiding en van Gods leiding in de omstandigheden. Als raadgevers je uit de bijbel overtuigend aantonen dat een bepaalde weg niet goed is, dan is de wil van God in dat geval duidelijk. Als verschillende geestelijk volwassen raadgevers ergens geen rust op hebben, als ze er over bidden en die zaak voor Gods aangezicht overwegen, dan moet voor ons een oranjelicht gaan branden dat zegt: "Pas op, gevaar!!" 

 

De beste raadgevers zijn christenen, waarvan je in hun leven kan zien dat ze met God wandelen. Is er realiteit in hun leven? Is er echtheid in hun leven, werkt God door hen heen, zijn ze evenwich­tig? Dit zullen vaak oudere en meer ervaren christenen zijn, die de bijbel goed kennen en die zelf door God onderwezen zijn. Ze moeten zelf geleerd hebben om "niet op eigen inzicht te steunen", anders geven ze je alleen menselijke raad. De beste raadgevers zijn dus broeders en zusters met "geestelij­ke" levens­ervaring, die ver­trouwd zijn met de bijbel en met de wegen van de Heer.

 

8.7.5.  God maakt meestal zijn wil bekend langs meerdere wegen tegelijk

 

God maakt dan tegelijk Zijn wil bekend: door Zijn woord, door Zijn Geest en door zijn sturing, zijn ordening, van de omstandigheden.  

 

Als illustratie wijs ik op het hierboven beschreven verhaal van Watchman Nee over dat chinese echtpaar. De Geest waarschuwde hen, dat er iets mis was. Daarna deden ze het goede door in de bijbel te kijken. Als ze de bijbel hadden gekend, dan hadden ze daar kunnen lezen, dat we ons niet aan wijn moeten bedrinken (Efeze 5:18a). Het woord bevestigde wat de Geest in hen zei. Dit werd ook nog bevestigd door een raadgever.

 

Of neem als illustratie wat ik hier boven heb geschreven over mijn leiding bij de start van de basisbijbelstudies. Het woord van God zegt dat je je geestesgaven moet inzetten. Dat is de normale situatie voor iedere christen dus ook voor mij. Mijn geestesgaven liggen op het terrein van onderwijs. Het woord van God zei dus dat ik weer wat moest gaan doen in die richting. Dat is het eerste baken. De Geest in mij maakte me ook duidelijk, dat het tijd was om weer wat te gaan doen. Dat is het tweede baken. Toen opende God zelf een deur door het verzoek van de oudsten om de basisbij­belstudie te gaan doen. Dat was het derde baken. Alle drie de bakens wezen in dezelfde richting. Toen ik begon heeft de Heer me kracht gegeven om het te doen en de meeste mensen werden er door opgebouwd. Dat is de bevestiging achteraf.

 

Nog een praktijk-voorbeeld. Stel dat je bijna klaar bent met je middelbare school en dat je je afvraag wat moet ik nu gaan doen. Wat is Gods weg voor mij? Wat zegt de bijbel erover? God wil dat, als wij daartoe in staat zijn, wij ons eigen brood verdienen. Het is dus Gods wil dat je gaat werken of dat je je daarop voorbe­reid. Dat is het eerste baken. Kijk vervolgens naar welk beroep je ligt en wat de mogelijkheden zijn. Dat is het tweede baken. Bidt er voor en kijk vervolgens of God op een bepaalde weg vrede geeft, dat is het derde baken. Vraag eventueel advies, etc.

 

8.7.6.  Meer duidelijkheid als alle bakens dezelfde kant opwij­zen

 

De volgende illustratie kan dit duidelijk maken.

 

Het gaat om een haven aan de Middellandse Zee uit de tijd van de oudheid. Om de haven binnen te komen, moesten de schepen door een vrij nauwe vaargeul naar binnen varen. Links en rechts lagen scherpe rotsen, dus het naar binnen varen moest nauw­keurig gebeuren. Dat ging overdag wel, maar het probleem was, hoe de haven binnen te komen als het donker was. Men heeft dat probleem opgelost door in een rechte lijn achter elkaar drie grote vuren brandende te houden in de nacht. De lijn die de drie vuurbakens met elkaar maakten, gaf precies de richting van de toegangsvaar­geul aan. Als een schip in het donker recht op de vaargeul af en recht in de vaargeul voer, dan zag de bemanning die drie vuren achter elkaar als één groot vuur. Zo gauw ze links of rechts afweken zagen ze in plaats van één groot vuur drie verschil­lende vuren. Als ze dat zagen, dan wisten ze dat ze verkeerd zaten.

 

De drie bakens (bijbel, innerlijke leiding, de omstandigheden) geven als ze alle drie dezelfde kant opwijzen zekerheid. Als dat niet het geval is dan is het zaak om waakzaam te zijn.

 

Het is wel zo dat als de bijbel ergens duidelijk over is dat dan de wil van God op zich al duidelijk is. Als de bijbel b.v. zegt dat we niet met een ongelovige mogen trouwen, dan is het echt niet nodig om naar de innerlijke leiding van Gods Geest te kijken om te ontdekken wat in dat geval de wil van God is.

 

8.8.  Het is iets, dat we moeten leren

 

Het kost tijd om te leren de wil van God te onderscheiden. Het gaat vaak gepaard met vallen en opstaan.

 

De noodzaak van groei, je moet het leren.

          

De bijbel zegt: "mijn schapen horen naar mijn stem, omdat zij mijn stem kennen" (Joh. 10:3-5 en :16,27). Die stem komt tot ons door de Bijbel, door Gods besturing van de omstandigheden en door de innerlijke leiding van Gods Geest, zoals hierboven in 8.7.2. is beschreven. Het is geen letterlijke stem. Het is God die je iets duidelijk maakt.

Ieder kind van God heeft het vermogen die stem te horen, dat komt omdat de Heilige Geest in ieder kind van God woont. De Heilige Geest gaat ons overtuigen, dringen om bepaalde dingen te doen of ons juist weerhouden om ze te doen.

Er staat "de schapen" en niet de "lammeren". Een schaap kent de stem van zijn herder, omdat hij aan die stem gewend is. In het begin volgde het lam niet de herder maar zijn moeder en de andere schapen. Terwijl het lam via zijn moeder de herder volgt wordt het zelf gewend aan de stem van de herder. Zo is het ook op geeste­lijk gebied.

 

Heb geduld met jezelf. God heeft zeker geduld met jou.

 

1 Samuel 3:1-10.

God sprak tot Samuel, maar Samuel begreep niet dat het de stem van God was. Dat kwam, omdat hij er nog geen ervaring mee had (zie :7). Je ziet dat God geduld had, want toen Samuel niet onderkende, dat het Zijn stem was, sprak God nog een keer en daarna nog een keer. Uiteindelijk hielp een oudere meer ervaren gelovige (Eli) hem op het goede pad. We leven nu in de tijd van de gemeente en de Geest is gekomen om in elke gelovige te wonen. De wijze waarop God spreekt is bij ons normaal gesproken anders, maar het gaat om de wijze waarop God met een onervaren gelovige omging, zo gaat hij ook nu nog met onerva­ren gelovigen om.

 

8.9.  Visioenen, dromen, boodschappen van engelen, profetieën, letterlijke      innerlijke stemmen, enzovoorts.

 

God leidt ons door zijn woord, zijn Geest en zijn besturing van de omstandigheden. Dat is de normale da­gelijkse manier waarop God zijn kinderen leidt. De Heilige Geest is speciaal in ons komen wonen, om ons te leiden door zijn innerlijk getuigenis (zijn vrede) in ons hart en Hij is gekomen om ons te helpen bij het verstaan en toepas­sen van de bijbel in ons dagelijks leven.

 

Daarnaast gebruikt God soms ook nog bijzondere middelen om zijn wil bekend te maken zoals b.v.: visioenen, engelverschijningen, dromen, letterlijke stemmen, profetieën.

      

Je moet deze dingen echter niet zoeken en het is niet de normale wijze, waarop God in deze bedeling zijn kinderen leidt. Wij hebben de volledige bijbel en de inwonende Geest om ons de weg te tonen.

 

Zeker dit soort leiding moet altijd getoetst worden, want al die dingen kunnen ook uit demonische bron voortkomen (een droom kan ook nog uit jezelf voortkomen). Je moet dan ook nooit alleen op dit soort dingen afgaan. Je moet het toetsen aan de bijbel, aan de vrede in je hart, aan de omstandigheden en vooral aan het oordeel van oudere, meer ervaren christe­nen.

 

We moeten aan de andere kant ook niet uitsluiten, dat zoiets gebeurt, maar als het gebeurt moet het wel getoetst worden.

 

In sommige kringen maakt men tegenwoordig de fout om die spektakulaire dingen als de normale gang van zaken voor te stellen. Daar komt nog bij dat men ze ook vaak niet of gebrekkig toet­st.

 

8.10.  Het gevaar van misleiding, valse innerlijke leiding

 

Er is de echte innerlijke leiding door de Heilige Geest en er is valse leiding door boze geesten, ook is het mogelijk dat we de indrukken van ons eigen hart als leiding van Gods Geest aanzien. Niet alleen God (Neh. 2:12), maar ook de satan (Joh. 13:2; Hand. 5:3) kan iets in het hart geven. Je kunt ook denken geleid te worden door God, terwijl het slechts uit het eigen hart komt. Net zoals de valse profeten, die in Jeremia 14:14 en 23:16 worden genoemd, spraken uit hun eigen hart.

 

Hoe kunnen we temidden van de vele stemmen de éne stem van de goede herder leren onderscheiden? Hoe kunnen we onderscheiden tussen goddelijke leiding en mislei­ding?

 

Het belangrijkste is dat we niet alleen afgaan op de innerlijke leiding. Allereerst moet innerlijke leiding getoetst worden aan de bijbel. Is het in lijn met de bijbel of juist er tegenin. Verder moet het ook getoetst worden aan de leiding in de omstan­digheden. Je moet dus tegelijk ook op de andere bakens letten.

 

Je moet het ook toetsen door het gebed. Leg het aan de Heer voor. Ook je eventuele twijfels. Als het uit God is zal de vrede op die weg blijven of zelfs toenemen.

 

Je kunt advies vragen aan oudere, meer ervaren christenen. Die kunnen er voor bidden en dan zien, hoe het leven van Gods Geest in hen reageert. Zij kennen ook waarschijnlijk de bijbel beter.

 

Als een indruk van God is, dan blijft die indruk ook met het verstrijken van de tijd. Als het uit jezelf komt, zal het meestal verdwijnen. 

 

De satan en de andere boze geesten drijven op, maar God leidt zijn schapen. Als God iets moeilijks van ons vraagt, dan, maakt Hij eerst het hart vrij. Van God staat geschreven, dat hij de zogenden (dat zijn de jongere schapen) zachtkens zal leiden. God heeft geduld met ons. Zijn leiding is meer een aansporen, een bemoedigen, een duwen. De satan eist. Satanische leiding is hard, beschuldigend, opjagend. Als je niet onmiddelijk gehoor­zaamd, is er de harde veroordeling, etc.

 

Zoals eerder gezegd, is er verschil tussen de innerlijke leiding van Gods Geest en misleiding. Innerlijke leiding is meer een overtuiging, die vergezeld gaat van diepe vrede, het is niet zozeer een gevoel of iets dergelijks.

 

Door oefening leren we steeds beter onderscheiden. Je leert van je fouten en je successen. De kontrole achteraf. De eerste keer had Samuel moeite om te onderkennen dat de Heer sprak omdat hij er geen ervaring mee had. De volgende keer zal het al veel beter zijn gegaan.

 

8.11.  De voornaamste voorwaarde voor het ontdekken van Gods wil

 

We moeten bereid zijn om te gehoorzamen, wat ook de wil van God in die speciale kwestie mag zijn. Dit is de voornaamste voorwaarde.

 

"daar wij in alle opzichten de rechte weg willen gaan"

 Hebr. 13:18.

"doch niet gelijk ik wil, maar gelijk gij wilt geschiede"

  Mattheus 26:39.

 

We moeten er op toe zien, dat we in ons hart bereid zijn om Gods wil te doen, wat die wil ook is.

 

"Ik heb lust om uw wil te doen"  (Psalm 40:9).

lust = verlangen

Heer ik wil wat U wilt.

 

Heer, ik ben bereid om het wel te doen of om het niet te doen.

 

Als we onze wil niet aan God hebben overgegeven. Als we eigenlijk zelf per se onze eigen weg willen gaan, dan wordt het moeilijk om nog zuiver Gods wil te verstaan. Het is moeilijk om dan nog eerlijk te zijn. Je mag best een voorkeur hebben en dat ook tegenover God uitspre­ken (Filp. 4:6), terwijl je toch bereid bent om Gods wil te doen (Matth 26:39).

 

De ervaring heeft geleerd, dat het grootste deel van de moeilijk­heid verdwijnt, als we onze eigen wil overgeven en als we van harte bereid zijn om God te gehoorzamen.

 

8.12.  Een teken vragen?

 

Soms kun en mag je een teken vragen.

 

Een teken is meestal bedoeld als laatste bevestiging. Je hebt al naar de wil van God gezocht door Zijn woord, door te letten op de innerlijke leiding van Gods Geest, door te letten op de leiding van God in de omstandigheden, wellicht ook door advies te vragen. Daardoor heb je al een bepaalde indruk, maar vanwege het belang van de zaak wil je graag meer zekerheid. Dan kan het goed zijn een bevestiging in de vorm van een teken te vragen.

 

Het vragen van een teken moet in geloof worden gedaan. Anders moet je het niet doen.

      

Het voorbeeld van Gideon.

Gideon,  vlies uitleggen,  hij wilde meer zekerheid.

Richteren 6:36-40.

 

Een voorbeeld van de zendelinge Amy Carmichael. Ze werkte reeds een aantal jaren met vrucht als zendelinge in Zuid-India. Op een gegeven moment kwam ze te weten dat een klein kind zou worden verkocht aan een Hindu-tempel, waar het vervolgens zou worden opgevoed en ingezet als tempelprostitué. Amy bad veel voor het kind en door een serie omstandigheden kreeg ze de kans om het kind los te kopen voor een groot bedrag. Wat moest ze nu doen?

Het was geen geringe zaak om de verantwoordelijkheid voor een klein kind op zich te nemen. Terwijl ze er over bad kreeg ze de innerlijke overtuiging dat ze het moest doen. Maar omdat het zo ingrijpend was vroeg ze de Heer om een teken. Als zendelinge kreeg Amy geen vast inkomen, maar ze vertrouwde erop dat God mensen in het hart zou geven om haar op te sturen, wat ze nodig had. Als teken vroeg ze daarop of God haar dat grote bedrag in één keer wilde zenden. Niet meer en niet minder, precies dat bedrag. Zo'n groot bedrag had ze nog nooit gehad. God wekte iemand op om dat bedrag te sturen. Amy kocht het kind vrij en dat was het begin van een door God zeer gezegend opvangwerk voor kinderen.

 

Nog een voorbeeld. Een vriendin van mijn vrouw wist zich geroe­pen tot de zending. Als voorbereiding bezocht ze een bijbel­school. Ze had in de voorgaande jaren gewerkt als verpleegster en door zuinig te leven had ze genoeg gespaard om voor die drie jaren het schoolgeld en ander kosten te kunnen betalen. Na één jaar kreeg ze het op haar hart om de Heer nog om een bevestiging te vragen of ze wel de zending in moest gaan. Uiteindelijk heeft ze de Heer in geloof om het volgende teken gevraagd. Ze besloot om het geld voor de twee jaren, die nog moesten komen weg te geven. Ze heeft het geld aan een zendingsorganisatie geven. Daarop wachtte ze af wat God zou doen. Ze had met de Heer afgesproken, dat ze door zou gaan als God nu in het geld zou gaan voorzien, dat zou ze beschouwen als bevestiging voor haar roeping. In de weken nadat ze het geld had weggeven, kreeg ze twee brieven van twee verschil­lende personen uit twee verschillende landen, die haar vertelden dat God het op hun hart had gelegd om haar die twee jaar finan­cieel te steunen. Het totale bedrag was voldoende om door die twee jaren door te komen.

 

God kan bevestigen door zijn leiding in de omstandigheden. Dit ligt dicht tegen het vragen van een teken aan. "Heer als U wilt dat ik deze baan neem, wilt U dan maken dat ik aangenomen wordt?" (Of je een bepaalde baan aanneemt, moet natuur­lijk ook door andere dingen bevestigd worden)

 

Opent God de weg na een eerste stap?

 

8.13. Pas op voor kramp

 

8.13.1. God laat je niet vallen als je een keer een fout maakt

 

Hij slaat je bij wijze van spreken “de kop niet af” als je in onwetendheid en door onervarenheid een fout maakt. Het is trouwens ook geen ramp als je eens een verkeerd besluit neemt. God vangt het wel op. "wie in oprechtheid wandelt gaat veilig." (Spr. 10:9). Als je oprecht bent dan zal God je wel corrigeren, bijsturen door zijn Geest (Hand. 16:6,7; Jes. 30:21). God laat je niet zomaar een verkeer­de weg op gaan.

 

Heb je de goede gezindheid, daar komt het op aan.

"daar wij in alle opzichten de rechte weg willen gaan"  (Hebreeën 13:18)

   

8.13.2.  Het is geen zaak van alleen de juiste techniek toepassen

 

Bij het vinden van Gods wil zijn zowel God als de christen betrokken. Het is onze verantwoordelijkheid om ons door God te laten leiden, maar het is Gods verantwoordelijkheid om ons te leiden.

 

Het komt niet op de juiste techniek aan. Met techniek bedoel ik de idee, dat als ik alle regeltjes maar goed toepas, dat dan automatisch het goede resul­taat er uit zal rollen. Het komt er niet op aan dat we precies weten wat we moeten doen. Doorslagge­vend is ons vertrouwen op de Heer.

 

Hij leidt ons vanuit een persoonlijke relatie. Hij reageert op ons en wij reageren op Hem.

 

God weet op welk geestelijk niveau je bent. Hij houdt daar rekening mee. Hij komt ons tegemoet op het niveau waar we zijn. God had b.v. geduld met de jonge Samuel. God sprak tot hem, maar door onervarenheid herkende hij Gods stem niet. God gaf het niet op na één keert gesproken te hebben. Hij bleef tot Samuel spreken totdat deze het door had dat het Gods stem was. 1 Samuel 3:1-10,  "opnieuw".

 

We steunen op de geliefde  (Hooglied 8:5)

We steunen op de Here Jezus. (Lean back on Jesus.) Leun op de Here Jezus, dan komt het wel in orde. We steunen niet op onze techniek. We steunen niet op ons vermogen om de wil van God te ontdekken. We steunen op de Here Jezus en op zijn vermo­gen om ieder van zijn kinderen te leiden. 

 

Heb je ooit van een goede herder gehoord die zijn schapen niet wist te leiden? Nee toch?

(Psalm 23:1,4; Joh. 10:11,14,16)

God weet zeker wel wegen te vinden om ons zijn wil duidelijk te maken.

 

Hoe Hij dat doet kun je aan God over laten, daar is Hij vrij in.

 

8.13.3. Het blijft uiteindelijk toch een zaak van geloof

 

We moeten ook bedenken, dat we soms wel aanwijzingen hebben, maar dat we het niet altijd zeker weten. Soms wil God dat we toch in aktie komen. Dat kunnen we doen, niet omdat we alles zo absoluut zeker weten, maar omdat we op God vertrouwen dat Hij ons zonodig wel zal bijstu­ren. De leiding is niet altijd even duidelijk maar we steunen op Degene die ons leidt.

 

De Here zal u voortdurend leiden (Jesaja 58:11).

Wanneer gij links of recht af zoudt willen afwijken (Jesaja 30:21).

Maar de Geest van Jezus liet het hen niet toe (Hand. 16:6,7).

 

Je kunt een auto pas sturen, als hij in beweging is.

 

8.14. nog enkele opmerkingen

 

8.14.1.  Een tekst van de Heer krijgen

 

We moeten een bijbeltekst altijd in contekst, dat wil zeggen in zijn verband, en met verstand lezen en toepassen.

 

In de bijbel staan allerlei direkte opdrachten en allerlei princi­pe's, die we op onze dagelijkse praktijk moeten toepassen. Zo leidt de Heer ons door Zijn woord. Daarnaast kan het voorkomen, dat de Heer je door zijn Geest speciaal bepaalt bij een bepaald bijbel­woord. Dat woord komt dan met kracht tot je, de Geest geeft getuigenis aan dat woord. Dat is een aanwijzing, dat God je iets door dat bijbelwoord te zeggen heeft.

 

Meestal zal de Geest dit in contekst (in overeenstemming met het natuurlijke verband) doen, maar dat hoeft niet persé.

 

Een voorbeeld. Een broeder verbleef in een gemeente, waar een konflikt uitbrak. De broeder was er bij betrokken. Hij onderschatte de ernst van het konflikt en dacht dat het wel opgelost zou worden. Toen las hij juist in die tijd deze bijbeltekst. "Men zal u uit de synagoge bannen …." (Johannes 16:2). Terwijl hij deze tekst las kwam met kracht de gedachte in hem op: "Dit zal met jou gebeuren, ze zullen je uit de gemeente zetten en daarmee menen God te dienen." Toen die gedachte opkwam, zei hij bij zichzelf: dit is onzin, dat kan niet. Enige tijd daarna werd hij uit de gemeent gezet.

 

Nog een voorbeeld. Een broeder was betrokken bij de opbouw van een gemeente. Het begin was moeilijk en ging met veel strijd gepaard. Geregeld waren er tegenslagen. Zijn kracht dreigde het te begeven en de twijfel kroop binnen. In zijn benauwdheid legde hij de zaak aan de Heer voor: "Moet ik er wel mee doorgaan?" Daarop las hij in het bijbelgedeelte, dat voor die dag aan de beurt was de woorden: "Op dan, aan de arbeid. De Here zij met u." (1 Kron. 22:16). Die woorden kwamen met kracht tot hem. Deze woorden zijn gericht tot Salomo, die door God uitgekozen was om de tempel te bouwen. Het ging om de bouw van Gods huis. De broeder wist zich ook geroepen om het huis van de Heer, de gemeente, daar op te bouwen, al was er nu twijfel in zijn hart. Twee weken later zat het weer tegen en had hij weer een inzin­king en opnieuw stortte hij zijn hart uit voor de Heer en die avond las hij in het bijbelgedeelte dat aan de beurt was de volgende woorden "Zie nu, hoe de Here u heeft verkoren om een huis ten heiligdom te bouwen, wees sterk en doet het" (1 Kron. 28:10).

 

8.14.2. Als je moet besluiten en nog geen duidelijkheid hebt

 

Het advies van Ron Dunn. Hij zei: "Soms komt het voor, dat ik een besluit moet nemen zonder dat het echt duidelijk is wat ik moet doen. In dat geval heb ik altijd gesteund op de belofte uit Jakobus 1:5. Ik heb om wijsheid gebeden en daarna gedaan wat me op dat moment het beste leek, al had ik verder niet veel andere aanwijzingen. Achteraf bezien bleek keer op keer dat ik het juiste besluit had genomen.

 

8.14.3.  De Heilige Geest is onze automatische piloot

 

We moeten niet naar de bekende weg vragen. Het is b.v. niet nodig om te bidden of je die dag wel naar je werk moet gaan. Je doet wat voor de hand ligt, je gaat voort in "the path of duty" en als je mis zit zal de Geest het je duidelijk maken.

 

Zo is het niet nodig om te af te vragen of je die dag wel zult bidden, maar God kan je wel door zijn Geest oproepen om voor een bepaalde zaak te gaan bidden en vasten.

 

8.14.4. We moeten geduld hebben

 

Wachten op Gods raad, terwijl we er met geloof om bidden.

 

"zij wachtten niet op zijn raad"  (Psalm 106:13).

 

8.14.5.  Weten of je iets al of niet moet doen, is niet altijd genoeg

 

Je moet ook aan de Heer vragen hoe en wanneer je het moet doen. Ook daarin moet de Heer je leiden.

 

8.14.6.  Een eerste stap doen

 

Soms is het nuttig om een eerste stap te doen. Daarna moet je kijken of God het bevestigt in je hart of in de omstandigheden.

 

8.14.7. Jezus is ons geworden tot wijsheid

 

1 Kor. 1:30.

 

I reject my own wisdom and by strong faith I take Jesus as my wisdom.

 

De Heer is je wijsheid binnen in je. Hij zal je op tijd duidelijk maken wat je moet doen als je op Hem vertrouwt.

 

8.14.8. God niet voorschrijven hoe Hij je moet leiden

 

Als je dat doet, dan maak je er weer een techniek van. Misschien zie je bij een andere christen, hoe hij geleid wordt en komt onbewust de idee bij je op "zo moet het ook bij mij gebeuren".

 

Door zo'n houding kom je in kramp. De grote lijnen waarop God leidt (Woord, Geest, omstandigheden) gelden wel voor iedereen, maar er is ook sprake van een individuele persoonlijke benade­ring door God, die niet voor ieder altijd hetzelfde is.

 

8.14.9. Laat God je motieven om iets te doen, onderzoeken

 

Waarom wil je iets? Wees eerlijk. Vraag of God je motieven openlegt en toetst. Het hart is arglistig maar God kan ons beschermen tegen ons eigen hart. (Jermia 17:9,10)

 

Psalm 139:23,24. Dit is een gebed naar Gods wil en zo'n gebed wordt zeker ver­hoord (1 Joh. 5:14,15).

 

8.14.10. God zal je pad rechtmaken

 

Die belofte heb je als je in oprechtheid, naar je beste kunnen, Zijn wil hebt gezocht.

 

Spreuken 3:5,6.

Je hebt niet op eigen inzicht gesteund, je hebt Hem gekend in al je wegen d.w.z. je hebt alles open met Hem besproken, je ver­trouwt erop dat de Heer je zal leiden naar Zijn belofte, je hebt met vertrouwen om leiding gebeden. Dan kan het niet misgaan. Dan zal God je pad recht maken. Mocht je fout zitten, dan zal God het wel opvangen en je bijsturen. Dan zal Hij het opvangen en op die manier je pad weer 'recht' maken.

 

8.14.11.  Ben je de weg kwijt, in de war, van licht beroofd?

 

Geen paniek - Jesaja 50:10.

 

Verootmoedig jezelf. Immers de nederigen schenkt Hij genade.

 

2 Kron. 20:12.

"Wij weten niet wat we doen moeten,

 (erken je onmacht)

 maar onze ogen zijn op U

 (verlaat je op de Heer en op zijn belof­ten)".

 

8.14.12. Gezamenlijk Gods wil zoeken

 

HIJ zag en Wij maakten er uit op

Handelingen 16:10.

"toen hij ... gezien had", "daar wij er uit opmaakten".

 

8.14.13.  Is je innerlijk oor open?

 

Openb. 2:7.

Wie een oor heeft, hore wat de Geest .. zegt.

 

Is ons innerlijk oor open? Met andere woorden, kan God je bereiken?

 

Dat heeft te maken met de volgende zaken: Sta je recht tegenover de Heer? Ben je vervuld met de Geest van God? (Zie de studie over de vervulling met de Geest) Ben je beschikbaar? Onderhoud je het kontakt met de Heer door regelmatig gebed en bijbellezen? Je moet in het woord blijven.

 

8.14.14.  In het centrum van Gods wil zijn

 

Vast en zeker staan bij alles wat God wil  (Kol. 4:12).

 

Epafras bad er om. Dit is een goed gebed, een gebed naar Gods wil. Zulke gebeden worden zeker verhoord (1 Joh. 5:14,15).

 

Je bent in het centrum van Gods wil als je in alles handelt naar het licht, dat je op dat moment van God hebt ontvangen.

 

Mocht je toch afwijken of ergens de wil van de Heer missen, dan zal God je bijsturen. Zie de beloften van correctie b.v. Jes 30:21. De Heilige Geest is ook gekomen om ons te leiden, wat Hij met Paulus deed, zal Hij ook met ons doen (Hand. 16:6,7).

 

"daar wij in alle opzichten de recht weg willen gaat" (Hebr. 13:18)

Als dat onze gezindheid is, dan kan God ons in het centrum van zijn wil houden.

 

"de Here zal u voortdurend leiden"  (Jesaja 58:11a)

Bewust en onbewust voortdurend geleid.

"geleid door de Geest Gods" (Rom. 8:14)

 

8.14.15. Het maakt het leven zo eenvoudig - de wolk en vuurkolom volgen

 

Numeri 9:17 t/m 23.

 

We hoeven niet alles te begrijpen of te weten. We moeten de leiding van de Heer volgen van stap tot stap. Zoals Israel in de woestijn de wolk en vuurkolom volgde. Waar de wolk heenging, daar gingen zij ook heen. Als de wolk bleef rusten, dan bleven ze ook daar. Ging de wolk overdag weg of s'nachts, dan vertrokken zij ook.

 

8.14.16.  Wat moeten wij doen om Gods wil te ontdekken? - een samenvatting

 

-Niet op eigen inzicht steunen.   (Spr. 3:5,6)

-Hem kennen in al onze wegen.  (Spr. 3:5,6)

 Alles met God bespreken.

-Op God vertrouwen dat Hij ons naar zijn belofte zal leiden  (Spr. 3:5,6;  Hand. 27:25).

-Om leiding bidden / telkens weer. ( Jakobus 1:5 ; Efeze 5:17)

-De bijbel onderzoeken. (Psalm 119:130,105)

 Wat zegt de bijbel over de situatie?

-Waar wijzen de omstandigheden op?

 Wat is voor de handliggend om te doen?

-Als je er over bidt, heb je dan vrede op een bepaalde weg?

 Blijft die vrede, als je er regelmatig voor bidt? 

-Indien nodig raadvragen.

-Soms een teken/bevestiging vragen.

-Soms een eerste stap doen en dan kijken of God het bevestigt in je hart en in de omstandigheden.

-Het kan verhelderend zijn om de argumenten voor en tegen eens op papier, op een rijtje

 te zetten.

 

 

 

HOME
De andere studies over de praktijk van het christenleven